Hoe mijn paniekstoornis mij geholpen heeft om krachtiger te zijn


Delen was voor mij altijd een moeilijk ding.
Ik deelde nooit zo snel iets, ik was een éénling. Ja, ik deelde wel de
leuke dingen die ik ervoer in mijn leven, maar niet de minder leuke dingen. Ik wilde een beeld neerzetten van een ‘perfecte Sherina’ die ik zelf had gecreëerd, wat wel iets robot-achtigs had. Ik was namelijk erg goed geworden in het wegstoppen, heel diep wegstoppen van emoties. Als ik op een begrafenis was, stond iedereen te huilen behalve ik. Ik voelde de pijn van het verdriet wel, maar ik liet het niet toe. Ik voelde een gigantische brok in mijn keel, die ontzettend pijn deed. Ik deed alsof ik geen pijn voelde, want die wilde ik niet voelen. De pijn zou te heftig zijn, dacht ik. Misschien wel zo heftig dat ik het niet zou overleven, dacht ik. Ik leed alleen, voelde me eenzaam. Ik leerde om het leuk te hebben met mezelf. Ik wilde nooit iemand tot last zijn. Daarom vroeg ik ook nooit iemand om hulp. Soms nog weleens bij praktische zaken, maar nooit als het ging om emotionele zaken. Die droeg ik zelf. En ook problemen van dierbaren droeg ik op mijn schouders mee. Ik gaf iedereen die het moeilijk had de ruimte om zijn/haar verhaal kwijt te kunnen, zodat diegene weer opgelucht verder kon. Ik gaf mijn ruimte als het ware weg. Ik zette mezelf opzij, zodat ik anderen in het licht kon zetten. Je zou haast kunnen zeggen dat ik mezelf heb opgeofferd.

Door dit jaren te doen is mijn emmer volgelopen. Zo’n 14 jaar geleden kreeg ik voor het eerst last van een angstaanval. Dat was ’s nachts in bed. Ik wist toen niet wat het was en nam wat valdispert pilletjes om mezelf te kalmeren. Ik ben er verder niet mee bezig geweest. Totdat ik een keer vast kwam te zitten in een lift met mijn nicht. Zij was heel emotioneel, ik daarentegen was op dat moment heel koel. Ik deed mij stoer en sterk voor. Ik herinner me nog dat ik tegen haar zei dat ik wel ‘voor hetere vuren had gestaan’, terwijl zij stond te huilen van de angst. Ik had nergens last van, dacht ik.

Een paar weken later, kreeg ik een angstaanval op mijn werk tijdens een werkoverleg. Ik wist toen nog steeds niet dat het een angstaanval was. We zaten in een vergaderruimte en ik voelde de paniek over me heen komen. Ik wist mezelf te kalmeren door aan een mooie weide te denken. Automatisch visualiseerde ik een mooi grasveld met mooie bloemen enzo. Ik besteedde er eigenlijk geen aandacht aan verder. Een paar jaar later kreeg ik vaker last van angstaanvallen en ik voelde me met name opgesloten in ruimtes die in werkelijkheid niet gesloten waren. Ik durfde een poosje geen liften in. Logisch natuurlijk, na de negatieve ervaring in de lift. Maar ik kon me ook opgesloten voelen in een huiskamer op een verjaardag, in het winkelcentrum of op een bijeenkomst.

Jaren daarna merkte ik dat de angstaanvallen zich meer uitbreidden. Dat zorgde ervoor dat ik slecht sliep. Soms sliep ik een hele nacht niet. Ik had last van spanning, overmatig zweten. Tijdens de winter hoefde ik de verwarming niet eens aan te doen, zo warm had ik het steeds. Daardoor wist ik op een gegeven moment dat er iets ernstigs met me aan de hand was en besloot ik om naar de huisarts te gaan. Die constateerde meteen dat ik last had van paniekaanvallen en dat ik direct hulp moest krijgen van een psycholoog. Ik werd adequaat doorverwezen en de behandeling begon.

Tijdens die periode had ik goede en slechte fases. De psycholoog constateerde dat ik niet alleen angstaanvallen had, maar dat ik leed aan een paniekstoornis. Dat houdt in dat je paniekaanvallen in verschillende situaties en op verschillende plekken hebt. Ik durfde namelijk ook niet meer door een tunnel te rijden, of met een tram te reizen. Ik vermeed drukke bijeenkomsten en ging liever niet meer op zaterdag winkelen. Mijn wereldje werd steeds kleiner en eenzamer. Ik begon me dat te beseffen en realiseerde me dat dat niet was wie ik ben.

Op dat moment wist ik dat er iets moest veranderen en ben ik me gaan verdiepen in het fenomeen angsten
om er alles over te weten te komen, wat er precies gebeurt en hoe je er vanaf komt.
Dat heeft mij enorm geholpen om stappen te maken naar een leven zonder paniekstoornis. Tijdens dat proces heb ik ontdekt dat ik heel gevoelig ben en dat ik heel goed mijn grenzen moet bewaken. Dat ik mezelf vooral op de eerste plaats moet zetten en mijn emoties niet moet wegstoppen. Maar wat ook een belangrijk ontdekking was, was dat ik mijn perfectionisme moest gaan loslaten. Want door mijn perfectionisme maakte ik het mezelf alleen maar moeilijker. Ik legde de lat hoog en maakte alles zwaarder dan nodig. Ik leerde dat ik me niet meer hoef te schamen, dat ik niet de enige ben met paniekaanvallen en dat het mij maakt tot wie ik ben. Dat ik een mens ben van vlees en bloed, die ook kwetsbaar is net als alle andere mensen. Ik ben daarom niet meer bezig met de angsten weg te willen hebben of ertegen te vechten, wat ik voorheen wel altijd deed. Ik laat ze nu toe, ze mogen er zijn. Ik erken ze en probeer me eraan over te geven. Ik heb ontdekt dat ertegen vechten alles erger maakt en het komt later harder bij mij terug. Ik hou er rekening mee dat ik nog weleens een paniekaanval zal krijgen. Maar ik weet nu wat het is en wat ik kan doen om het óf te voorkomen, óf om er weinig last van te hebben.

Ik ben nu zover dat ik deze ervaring wil delen, omdat ik hoop dat andere mensen die nu lasten hebben van angsten, schaamte, perfectionisme zich hierin herkennen en zich realiseren dat zij niet alleen zijn. Je bent niet alleen met je angsten, pijn en verdriet. We zijn allemaal kwetsbaar en iedereen heeft wel iets in zijn of haar leven meegemaakt wat heel moeilijk was. Misschien zit je zelfs middenin zo’n periode. Het heeft geen zin er in je eentje mee rond te lopen. Het delen met mensen die je dierbaar zijn, die om je geven is een goed begin om het lichter voor jezelf te maken. Om te helen, zodat je jezelf kunt zijn. Geef jezelf die ruimte.

Op het internet kwam ik een filmpje tegen van Anna Clendening die ook heeft geworsteld met een paniekstoornis. Toen ik het filmpje voor het eerst zag, zat ik met tranen in mijn ogen door de herkenning die ik had. Temeer, omdat ik vervolgens een lid uit de jury hoorde zeggen dat hij ook last had van een paniekstoornis.

Bekijk het filmpje hier:


Daaruit blijkt maar weer dat het iets is waar heel veel mensen mee worstelen.
Maar je ziet het niet aan mensen. We zijn namelijk zo goed in het verbergen, een masker opzetten en net doen alsof alles er niks aan de hand is. Maar ondertussen zijn we diep van binnen heel bang en verdrietig en willen we het liefst dat iemand een arm om ons heen slaat die dan tegen ons zegt dat het allemaal wel goed komt. Het liefst willen we ons vrij voelen om kwetsbaar te mogen zijn. En het enige dat wij daarvoor hoeven te doen is onszelf toe te staan om dit te zijn.

 

Geef een reactie